|
De
energiefactor in uw lichaamscellen (het zg mitochondrium, van
doorslaggevend belang voor de energielevering en het
stofwisselingsproces van de cel) reguleert de stofwisseling.
Deze, ook wel metabolisme genoemd, staat voor de snelheid
waarmee brandstof wordt verbrand. Het metabolisme wordt sterk
beïnvloed door schildklierhormonen. Deze hormonen activeren
of, anders gezegd, zetten de energie- en vetverbrandingsoven
aan. Bij een tekort aan schildklierhormoon, ofwel omdat het
onvoldoende wordt aangemaakt of omdat het de cellen niet
bereikt, kunnen een flinke rem zetten op het
stofwisselingsproces.
Aan de
andere kant is het zo dat insuline de verbrandingsoven
uitschakelt. Dat betekent dat wanneer (teveel) insuline
aanwezig is, het niet alleen onmogelijk is om gewicht te
verliezen, maar er dan ook vetopslag optreedt. Waardoor gaan
we meer insuline aanmaken? Door suiker en voedingsstoffen die
snel worden omgezet in suiker, zoals brood, pasta, granen en
andere geraffineerde meelproducten. Wanneer het lichaam meer
insuline bevat, neemt de productie van schildklierhormonen af,
wat het probleem nog verergert.
Als de
motor van het lichaam te moe is om vet om te zetten, is
gewichtsverlies in het algemeen vrijwel uitgesloten. Als u erg
uw best doet maar geen vorderingen ziet, moet u zich bezinnen
op deze samenhang met de hormonen.
Wat kunt
u eraan doen?
Door de
consumptie van eiwitten (groenten) te verhogen en minder zoet
te eten, zorgt u dat uw lichaam zijn vermogen om energie te
produceren en vet te verbranden, herstelt. In die fase kan
iemand zich vermoeider voelen en de neiging hebben junkfood te
gaan snaaien. Gebeurt dit, dan doet u er goed aan bij uw
ontbijt meer eiwitten te eten en voor de lunch kool toe te
voegen aan uw salade. Deze twee hebben een voedingswaarde die
voorkomt dat u gaat snaaien. Meestal zal het lichaam na een
week of twee gewend zijn aan de verandering. U zult steeds
minder behoefte hebben aan snoep of snacks.
Daardoor
krijgen uw cellen extra energie en dat heeft u nodig om af te
vallen. Vermoeide cellen hebben te weinig energie om vet te
verbranden – ze slaan het alleen maar op. Uw lichaam vindt het
nu eenmaal veel gemakkelijker om vet op te slaan.
terug naar artikelen>>>
|