|
Vis
is de belangrijkste bron van bepaalde ‘goede' vetzuren, die de
kans op hartziekten kunnen doen verminderen. Daarom adviseert
het Voedingscentrum om één maal per week vis te eten. Voor
hartpatiënten gaat het advies nog verder: zet twee maal per
week liefst vette vis op het menu. Dit is de uitkomst van het
symposium ‘Vis, een zee van gezondheid?' dat - zeer
toepasselijk - in Scheveningen is gehouden.
Het
is al langer bekend dat hartziekten weinig voorkomen bij
Eskimo's, die traditioneel veel vis eten. Uit een aantal
bevolkingsonderzoeken komt naar voren dat mensen die
regelmatig vis eten, minder kans hebben op het krijgen van
hartziekten. Zo is in Nederlands onderzoek tot twee keer toe
gevonden dat viseters 50% minder kans hebben te overlijden aan
hartziekten dan niet-viseters. Er zijn ook aanwijzingen dat
vis helpt om andere chronische ziekten te voorkomen zoals
dementie, diabetes, hersenbloeding en cara.
Vis
is rijk aan bepaalde meervoudig onverzadigde vetzuren, de
zogenoemde Omega-3 vetzuren. In tegenstelling tot verzadigde
vetzuren zijn deze Omega-3 vetzuren juist goed voor de
gezondheid. Door het gebruik ervan worden bepaalde
risicofactoren voor hartziekten verminderd, zoals een
verhoogde bloeddruk en een verhoogd gehalte aan triglyceride -
vergelijkbaar met cholesterol - in het bloed. Ook zouden ze
een gunstig effect kunnen hebben op hartritmestoornissen, een
van de belangrijkste oorzaken van het plotselinge overlijden
van patiënten met hartziekten.
(Bron: Symposium ‘Vis, een zee van gezondheid?', gehouden op
19 maart 1998 in Scheveningen, georganiseerd door het
Voedingscentrum, in samenwerking met het Nederlands
Visbureau).
terug naar artikelen>>>
|